''Schuld'' door Walter van den Berg
Zakelijke gegevens
Titel : Schuld
Auteur : Walter van den Berg
Uitgegeven :
Pagina's : 226
Genre : Psychologische roman
Onderwerpen : Amsterdam, Familiebetrekkingen, schuld en bedrog, schuldgevoel
Mijn mening
-
Samenvatting ( in fabel vorm )
Marco en Sandra zijn net getrouwd. Marco sleept haar vroegtijdig van hun huwelijksfeest weg omdat hij er klaar mee is. Ze hebben seks en Marco reageert geprikkeld. Later is hij op missie in Afghanistan en belt zijn vrouw. Tijdens het gesprek gedraagt Marco zich als een dominante klootzak die steeds Sandra’s woorden verdraait en haar dan op haar kop probeert te geven. Sandra komt een beetje oenig over en laat zich ontvallen dat ze wel een nieuwe keuken zou willen.
Cor wordt door zijn broer Ron gevraagd om te helpen met het inbouwen van een keuken. Cor stemt toe en ze slopen in Sandra’s huis de oude keuken eruit. Na drie weken zijn ze echter nog niet klaar want ze blijken beiden niet handig. Na drie weken stopt Cor ermee. Ron betaalt hem wel uit maar heeft dat geld moeten lenen.
Mo is op zoek naar manieren om geld te verdienen en besluit mensen geld te lenen en dat met rente terug te laten betalen. Zijn eerste klant is Marco, die het geld voor een keuken nodig had. Zijn tweede klant is Ron, die die keuken zou plaatsen maar dat verknald heeft en voor de herstelkosten moet opdraaien.
Kevin is Rons zoon. Als hij twaalf wordt, krijgt hij een cadeau voor iemand van acht. Zijn moeder is uit beeld en zijn vader vertelt hem hoe slecht zij is. Ron vergeet zijn dertiende verjaardag en tijdens zijn veertiende verjaardag vertelt Ron aan Kevin dat zijn relaties vaak stuk lopen omdat de vrouwen ervan balen dat hij een zoon heeft. Hij neemt hem dat niet kwalijk maar Kevin mag zijn vader wel een beetje helpen.
Sandra en Marco hebben afgesproken dat ze een dag per week niet thuis is. Ze gaat dan naar het huis van haar oom om schoon te maken en karaoke te doen. Na klachten van de bovenbuurman mag dat niet meer en ze is zo teleurgesteld dat ze de straat op gaat en langs de winkel van haar zus loopt. Die blijkt ze al lang niet gezien te hebben omdat dat niet mag van Marco. Ze loopt verder en koopt een hondje, dat ze meteen kwijtraakt, en verschillende andere spullen die ze weer inlevert.
Omdat Ron op Kevins zestiende verjaardag een aantal Polen in hun huis gezet heeft, hebben Kevin en hij geen slaapplaats. Ron gaat bij tante Mia slapen en Kevin besluit voor zichzelf te zorgen: hij trekt in bij de ouders van zijn vriendinnetje.
Mo baalt van zijn leningen want niemand betaalt iets terug. Hij zoekt Ron op na een optreden en probeert hem tevergeefs onder druk te zetten want Ron heeft echt niets. Samen rijden ze naar Marco zodat Ron hem onder druk kan zetten voor Mo maar die reageert vrij agressief. Later blijkt dat Sandra daarna is thuisgekomen en Marco dood geslagen heeft met een steen omdat hij haar al jaren mishandelt. De volgende ochtend komt Mo erachter dat Marco dood is en hij denkt dat Ron dat gedaan heeft. Ron snapt hoe de vork in de steel zit en beslist om de schuld op zich te nemen en voor Sandra de gevangenis in te gaan.
Ron komt uit de gevangenis en zoekt Sandra op: hij wil bij haar wonen. Hij probeert het telefoonnummer van Kevin te achterhalen. Hij bezoekt ook zijn moeders graf en Mo’s garage omdat hij weet dat Kevin voor Mo werkt, maar hij mist hem.
Kevin werkt voor Mo om Rons schuld af te betalen. Mo heeft een garage waar jongetjes gestolen goederen naartoe komen brengen. Kevin formatteert de laptops en zorgt ervoor dat ze schoon verkocht kunnen worden. Hij bekijkt de filmpjes op de laptops en als er een seksfilmpje met een vrouw op staat, achterhaalt hij de gegevens van die vrouw, belt haar en publiceert het filmpje met haar gegevens op een internetsite. Daarna belt hij die vrouw nog regelmatig om haar te jennen. Kevin zou zijn inkomsten willen verhogen door ook te gaan handelen in mobiele telefoons maar Mo vindt dat te gevaarlijk omdat achterhaald kan worden waar iPhones zijn. Hij wil zijn vader pas zien als hij de schuld helemaal heeft afbetaald en omdat hij vermoedt dat dat bijna zover is, zoekt hij Sandra op om samen met haar voor zijn vader een surpriseparty in café Huizinga te organiseren.
Cor wordt door Kevin gebeld met de vraag of hij hem naar Wijk aan Zee kan rijden. Cor voelt zich schuldig dat hij zijn neefje al die tijd een beetje aan zijn lot heeft overgelaten. Hij probeert met Kevin over zijn vader te praten en merkt dat Kevin heel anders over zijn vader denkt dan hij. Kevin vindt het irritant dat Cor op zijn vader en Osdorp lijkt neer te kijken. Hij vertelt wat hij in Wijk aan Zee wil doen: hij heeft gestolen telefoons ingekocht en die wil hij doorverkopen. Als Cor hem niet kan overtuigen dat niet te doen, zet hij hem de auto uit en gooit de telefoons in zee.
Iedereen komt samen voor het verrassingsfeestje in Huizinga. Kevin heeft als voorschot een flinke som geld gekregen van twee jongens aan wie hij zijn plan met de iPhones verteld heeft. Hij geeft Mo in Huizinga zijn geld waar Sandra, haar ouders, Ron en Cor bij zijn. Ron is trots op zijn zoon maar Cor keurt de criminele acties waardoor hij dat geld gekregen heeft, af. Iedereen vertrekt en als Ron, Sandra en Kevin alleen overblijven, blijkt Ron geen enkele vraag aan zijn zoon te kunnen stellen. Kevin gaat alleen weg en Ron gaat met Sandra mee naar huis. Ron krijgt later van Cor Kevins nieuwe nummer maar weet niet wat te zeggen, als hij hem wil bellen. Uiteindelijk stuurt hij een smsje. Kevin heeft een nieuw meisje en viert Kerst in zijn eentje in een hotelkamer.
Bron : Schuld
Recensie 1
Een blik sociale ellende uit Amsterdam Nieuw-West
Jeroen Vullings
Walter van den Berg schetst een autochtone onderklasse, van binnenuit: een biologerende, broeierige microwereld.
Zijn eerste, laconiek mededelende zin heet je warm welkom in de onverwisselbare wereld van Walter van den Berg (1970): ‘Mijn broer had nog gezongen op de avond dat hij iemand doodsloeg.’ We lezen in dat eerste hoofdstukje, gedagtekend 26 november 2013, vanuit het perspectief van zijn jongere broer Cor over deze Ron, die zich ‘zanger Ronald’ noemt. Een onbekende, onsuccesvolle zanger van levensliederen, die in de gezamenlijke televisiezaal behorend bij de aanleunflat van hun tante Mia mag optreden.
In een paar trefzekere pennestreken van Van den Berg hebben we weet van de misère van Ron, die zijn hoofd boven water probeert te houden in een met schulden belast bestaan: geen geld, geen onderdak, plus de zorg voor zijn zestienjarige zoon Kevin – niemand weet waar hij uithangt, hij is zogezegd ‘moeilijk te bereiken’.
Ja, Van den Berg vergast ons weer op een blik sociale ellende, met als basis Amsterdam Nieuw-West. Dus welkom in de wereld van de halveliterblikken Euroshopper-bier met zes Polen op twee driezitsbanken in een woonkamer. Van kroegen met dik tapijt op een tafeltje en daarbovenop een bloemstuk. Van de zware shag. Van voetbal. Van elke dag een uitsmijter met ketchup erop (‘voor de groente’). Van een pitbull met de onvermijdelijke naam Rocky. Van ‘scooterjongens’ met gestolen iPhones. Van innig verklote, maar onontwarbare kluwengelijkende relaties. Mensen moeten wat van elkaar, ze blijven maar om elkaar heen cirkelen, maar zoiets als ‘geluk’ lijkt het niet te brengen. Tegelijkertijd maant Van den Bergs proza onnadrukkelijk maar consequent dat de lezer niet moet oordelen, niet met termen en stempels moet aankomen bij deze antropologische excursie in een wereld die ze niet kennen.
Vwo-diploma op zak
Vanzelf komt de vaste Van den Berg-lezer daarin toch op vertrouwd terrein: Ron en Cor zijn oude bekenden. Het duurde precies een (debuut)roman voor de schrijver zijn onderwerp te pakken had – en toen liet hij niet meer los. Na zijn debuut, de morose, eigentijdse kantoorroman De hondenkoning (2004) publiceerde hij drie jaar later de jarentachtigroman West, over de broers Ron en Cor, opgegroeid in Osdorp met een hun moeder meppende stiefvader. Dat gegeven hernam hij huiveringwekkend, vanuit een ander perspectief, in zijn derde roman Van dode mannen win je niet (2013). Daarin wordt het verhaal vanuit de foute stiefvader verteld. En nu, in Schuld, benadert hij dit oergegeven in zijn oeuvre weer anders, breder, ambitieuzer: hij toont de impact van dat gezinstrauma door te laten zien hoe Cor, Ron en Kevin in hun biotoop leven, hoe ze met elkaar en anderen omgaan.
Cor, met z’n vwo-diploma op zak, is schrijver geworden, al kan hij daar niet van rondkomen. Kevin studeert econometrie. Ron doet af en toe een zwart bouwvakklusje, wat dat betreft is hij van dit drietal het minst aan zijn milieu ontstegen. Maar ook Cor en Kevin komen niet los van ‘dat moeras’ – zoals Cor zijn ‘kutfamilie’ noemt: Kevin met zijn schemerige werkzaamheden voor Witte Mo; hij ‘leegt’ de gestolen laptops, zodat ze verhandeld kunnen worden. En Cor komt wanneer zijn broer en Kevin hem nodig hebben.
Die noodlottige zuigkracht toont Van den Berg subtiel wanneer hij Cor tegen Kevin laat zeggen: ‘Ik zei: ik mag vinden wat ik wilt, toch?’ Wilt. De onbecommentarieerde correctie op deze fout zit in Kevins antwoord: ‘Ja hoor, zei hij, je mag vinden wat je wil.’ Kort daarna verbetert Cor hém, openlijk; het is niet ‘dan hem’ maar ‘dan hij’ houdt hij zijn neefje voor. Almaar pogingen, levenslang, om uit het moeras te komen en niet terug te glijden. Een moeras dat Cor tegelijkertijd ook als schrijver onontkoombaar aantrekt, want daar schuilt dat wat verwerkt moet worden, zoals hij therapeutisch aangeeft: ‘Door je te uiten in iets wat je zelf maakt kunt je bepaalde problemen overwinnen.’ Kunt, jawel.
Bij-de-dag-leven
Dat moeras in Schuld is, naast Cor, Ron en Kevin, ook bevolkt met anderen: met de militair Marco, met zijn vrouw Sandra, met Mo (die eigenlijk Edwin heet). Aan hen is, in wisselende frequentie, per hoofdstuk alternerend, het vertelperspectief toebedeeld. Eén hoofdstukje, getiteld ‘Iedereen’, vormt daar een uitzondering op; daarin komen verscheidene personages aan bod, van bovenaf bezien. Van den Berg heeft dat meervoudige vertelprocédé nodig om de biotoop gestalte te geven. Dat was afdoende geweest. Maar hij liet het daar niet bij: elk hoofdstukje is toegerust met een datum, die data zijn niet chronologisch, zodat de lezer steeds moet terugbladeren om de eindjes aangereikte informatie aan elkaar te kunnen verbinden. Tamelijk irritant, want het vertelde verhaal stáát, ook zonder die onnodige kunstgreep. Ik vermoed dat Van den Berg toch hiervoor koos om te benadrukken hoezeer zijn personages een fragmentarisch, structuurloos bij-de-dag-leven leiden én hoezeer ze desondanks gekluisterd blijven aan elkaar. En dat heeft weer met het thema ‘schuld’ te maken, tot uitdrukking gebracht in de titel.
Schuld. Het is zo’n term die eigenlijk te groot is voor de biologerende, broeierige microwereld die Walter van den Berg uitlicht. Schuld die almaar groter, onbevattelijker en wurgender wordt, zeker als die via ondoorgrondelijke berekeningen in een schriftje bijgehouden wordt door de louche heler Witte Mo. Maar ‘schuld’ staat hier ook voor schuldgevoel, al zal niemand zo’n vervalsende, want te geruststellende psychologische term in de mond nemen in de wijken van Amsterdam waar geen toerist wat te zoeken heeft. En daar hangt natuurlijk ook weer ‘de kunst om mensen schuld aan te praten’ mee samen. Schuld is de antipode van de op zijn minst zo prozaïsche term ‘handel’. Handel geeft hoop. Maar het blijft gemier in de grijze marge, daar waar de wet niet kijkt. En handel genereert weer schuld, zoals bij de ‘keuken’ die de beunhazen Cor en Ron wel even bij Sandra zouden plaatsen. Dat wordt een ramp.
Van den Berg schetst een autochtone onderklasse, van binnenuit. Hij laat in een subtiel dialoogje zien hoe gemakkelijk er in krantentaal óver hen gesproken wordt, en hoe weinig die etikettering – Fortuyn! PVV! – de lading dekt. Sandra vertelt haar zus hoezeer het applaus bij de begrafenis van haar man Marco, de militair, haar raakte. Ze zegt: ‘Alsof hij Pim was.’ Haar zus reageert met: ‘Welke Pim?’ Sandra: ‘Pim. Nou ja, maakt ook niet uit.’
Het gaat de harde kijker Van den Berg om iets weerloos daaronder: om de emoties van zulke, op dat moment schrikbarend hulpeloze mensen– emoties die te onbevattelijk en te groot zijn voor hen, maar waar ze nu eenmaal door bezocht worden.
Bron https://www.vn.nl/walter-van-den-berg-schuld/
Recensie 2
Walter van den Berg : Schuld (door Arjen Fortuin)
3 apr. 2017
De eerste zin van Schuld, de vierde roman van Walter van den Berg (1970) kan klassiek worden: ‘Mijn broer had nog gezongen op de avond dat hij iemand doodsloeg.’ Het maakt nieuwsgierig, gebruikt de contrastwerking tussen de softe zang en de harde doodslag en onder het gras zit een addertje, dat hier maar beter niet onthuld kan worden. De doodslag vormt de spil van Schuld: Van den Berg laat in korte hoofdstukken zien wat er gebeurde in het leven van de hoofdpersonen vóór en na die bewuste avond.
De meeste personages kwamen al voor in West (2007) de tweede roman van Van den Berg (1970). De broers Cor en Ron, opgegroeid in Amsterdam Nieuw-West bij hun moeder en een slaande stiefvader. Uiteindelijk zou Ron de man met geweld uit het huis verjagen. Die twee mannen, veertigers, en hun sluimerende conflict vormen ook de harde kern van Schuld dat zich net als het grootste deel van Van den Bergs werk afspeelt in de minder prettige kringen van Slotervaart: garages vol gestolen waar, huiselijke en openbare geweldpleging, frustraties en bedreigingen. Ron worstelt er zich als half getalenteerde klusjesman en nog minder getalenteerd zanger door het leven, Cor is ‘meneertje vwo’ – inmiddels schrijver. Ten opzichte van West is er een grote rol voor Rons zoon Kevin, een razend slimme econometriestudent, die zijn vaardigheden met elektronica voor verschillende verkeerde doelen inzet. Het is de wereld waarin je bij je tante in de aanleunflat logeert omdat je je huis via een onbetrouwbare tussenpersoon aan een groep Polen hebt verhuurd. Van Den Berg leidt ons erdoorheen in hoog tempo en in een even kale als onberispelijke stijl, waarbij de puzzelstukjes perfect in elkaar passen. Zoals de titel al suggereert draait alles in de roman om schuld en schuldgevoel – zowel in materiële als in morele zin, waarbij elke mogelijke vereffening of aflossing een nieuwe schuld oplevert. Geen van de personages is daarbij in staat om het geheel te overzien.
Zo is Schuld een voorbeeldige roman, waarin met grote stilistische beheersing een wereld wordt opgeroepen waarin zelfbeheersing altijd een probleem is. Nu is dat iets wat de lezers van Walter van den Berg al tien jaar weten. Het enige wat je dan ook op deze roman aan kunt merken is dat Van den Berg geografisch en thematisch wel heel erg op vertrouwd terrein blijft. Dat levert het gevaar op dat dit schrijverschap uiteindelijk in zichzelf opgesloten raakt. En dat zou zonde zijn: Van den Berg is veel te goed om alleen maar de chroniqueur van de kansarmen in Amsterdam-West te zijn.
Bron : https://nrcwebwinkel.nl/author-review/review/view/id/1415/ Be
Titel : Schuld
Auteur : Walter van den Berg
Uitgegeven :
Pagina's : 226
Genre : Psychologische roman
Onderwerpen : Amsterdam, Familiebetrekkingen, schuld en bedrog, schuldgevoel
Mijn mening
-
Samenvatting ( in fabel vorm )
Marco en Sandra zijn net getrouwd. Marco sleept haar vroegtijdig van hun huwelijksfeest weg omdat hij er klaar mee is. Ze hebben seks en Marco reageert geprikkeld. Later is hij op missie in Afghanistan en belt zijn vrouw. Tijdens het gesprek gedraagt Marco zich als een dominante klootzak die steeds Sandra’s woorden verdraait en haar dan op haar kop probeert te geven. Sandra komt een beetje oenig over en laat zich ontvallen dat ze wel een nieuwe keuken zou willen.
Cor wordt door zijn broer Ron gevraagd om te helpen met het inbouwen van een keuken. Cor stemt toe en ze slopen in Sandra’s huis de oude keuken eruit. Na drie weken zijn ze echter nog niet klaar want ze blijken beiden niet handig. Na drie weken stopt Cor ermee. Ron betaalt hem wel uit maar heeft dat geld moeten lenen.
Mo is op zoek naar manieren om geld te verdienen en besluit mensen geld te lenen en dat met rente terug te laten betalen. Zijn eerste klant is Marco, die het geld voor een keuken nodig had. Zijn tweede klant is Ron, die die keuken zou plaatsen maar dat verknald heeft en voor de herstelkosten moet opdraaien.
Kevin is Rons zoon. Als hij twaalf wordt, krijgt hij een cadeau voor iemand van acht. Zijn moeder is uit beeld en zijn vader vertelt hem hoe slecht zij is. Ron vergeet zijn dertiende verjaardag en tijdens zijn veertiende verjaardag vertelt Ron aan Kevin dat zijn relaties vaak stuk lopen omdat de vrouwen ervan balen dat hij een zoon heeft. Hij neemt hem dat niet kwalijk maar Kevin mag zijn vader wel een beetje helpen.
Sandra en Marco hebben afgesproken dat ze een dag per week niet thuis is. Ze gaat dan naar het huis van haar oom om schoon te maken en karaoke te doen. Na klachten van de bovenbuurman mag dat niet meer en ze is zo teleurgesteld dat ze de straat op gaat en langs de winkel van haar zus loopt. Die blijkt ze al lang niet gezien te hebben omdat dat niet mag van Marco. Ze loopt verder en koopt een hondje, dat ze meteen kwijtraakt, en verschillende andere spullen die ze weer inlevert.
Omdat Ron op Kevins zestiende verjaardag een aantal Polen in hun huis gezet heeft, hebben Kevin en hij geen slaapplaats. Ron gaat bij tante Mia slapen en Kevin besluit voor zichzelf te zorgen: hij trekt in bij de ouders van zijn vriendinnetje.
Mo baalt van zijn leningen want niemand betaalt iets terug. Hij zoekt Ron op na een optreden en probeert hem tevergeefs onder druk te zetten want Ron heeft echt niets. Samen rijden ze naar Marco zodat Ron hem onder druk kan zetten voor Mo maar die reageert vrij agressief. Later blijkt dat Sandra daarna is thuisgekomen en Marco dood geslagen heeft met een steen omdat hij haar al jaren mishandelt. De volgende ochtend komt Mo erachter dat Marco dood is en hij denkt dat Ron dat gedaan heeft. Ron snapt hoe de vork in de steel zit en beslist om de schuld op zich te nemen en voor Sandra de gevangenis in te gaan.
Ron komt uit de gevangenis en zoekt Sandra op: hij wil bij haar wonen. Hij probeert het telefoonnummer van Kevin te achterhalen. Hij bezoekt ook zijn moeders graf en Mo’s garage omdat hij weet dat Kevin voor Mo werkt, maar hij mist hem.
Kevin werkt voor Mo om Rons schuld af te betalen. Mo heeft een garage waar jongetjes gestolen goederen naartoe komen brengen. Kevin formatteert de laptops en zorgt ervoor dat ze schoon verkocht kunnen worden. Hij bekijkt de filmpjes op de laptops en als er een seksfilmpje met een vrouw op staat, achterhaalt hij de gegevens van die vrouw, belt haar en publiceert het filmpje met haar gegevens op een internetsite. Daarna belt hij die vrouw nog regelmatig om haar te jennen. Kevin zou zijn inkomsten willen verhogen door ook te gaan handelen in mobiele telefoons maar Mo vindt dat te gevaarlijk omdat achterhaald kan worden waar iPhones zijn. Hij wil zijn vader pas zien als hij de schuld helemaal heeft afbetaald en omdat hij vermoedt dat dat bijna zover is, zoekt hij Sandra op om samen met haar voor zijn vader een surpriseparty in café Huizinga te organiseren.
Cor wordt door Kevin gebeld met de vraag of hij hem naar Wijk aan Zee kan rijden. Cor voelt zich schuldig dat hij zijn neefje al die tijd een beetje aan zijn lot heeft overgelaten. Hij probeert met Kevin over zijn vader te praten en merkt dat Kevin heel anders over zijn vader denkt dan hij. Kevin vindt het irritant dat Cor op zijn vader en Osdorp lijkt neer te kijken. Hij vertelt wat hij in Wijk aan Zee wil doen: hij heeft gestolen telefoons ingekocht en die wil hij doorverkopen. Als Cor hem niet kan overtuigen dat niet te doen, zet hij hem de auto uit en gooit de telefoons in zee.
Iedereen komt samen voor het verrassingsfeestje in Huizinga. Kevin heeft als voorschot een flinke som geld gekregen van twee jongens aan wie hij zijn plan met de iPhones verteld heeft. Hij geeft Mo in Huizinga zijn geld waar Sandra, haar ouders, Ron en Cor bij zijn. Ron is trots op zijn zoon maar Cor keurt de criminele acties waardoor hij dat geld gekregen heeft, af. Iedereen vertrekt en als Ron, Sandra en Kevin alleen overblijven, blijkt Ron geen enkele vraag aan zijn zoon te kunnen stellen. Kevin gaat alleen weg en Ron gaat met Sandra mee naar huis. Ron krijgt later van Cor Kevins nieuwe nummer maar weet niet wat te zeggen, als hij hem wil bellen. Uiteindelijk stuurt hij een smsje. Kevin heeft een nieuw meisje en viert Kerst in zijn eentje in een hotelkamer.
Bron : Schuld
Recensie 1
Een blik sociale ellende uit Amsterdam Nieuw-West
Jeroen Vullings
Walter van den Berg schetst een autochtone onderklasse, van binnenuit: een biologerende, broeierige microwereld.
Zijn eerste, laconiek mededelende zin heet je warm welkom in de onverwisselbare wereld van Walter van den Berg (1970): ‘Mijn broer had nog gezongen op de avond dat hij iemand doodsloeg.’ We lezen in dat eerste hoofdstukje, gedagtekend 26 november 2013, vanuit het perspectief van zijn jongere broer Cor over deze Ron, die zich ‘zanger Ronald’ noemt. Een onbekende, onsuccesvolle zanger van levensliederen, die in de gezamenlijke televisiezaal behorend bij de aanleunflat van hun tante Mia mag optreden.
In een paar trefzekere pennestreken van Van den Berg hebben we weet van de misère van Ron, die zijn hoofd boven water probeert te houden in een met schulden belast bestaan: geen geld, geen onderdak, plus de zorg voor zijn zestienjarige zoon Kevin – niemand weet waar hij uithangt, hij is zogezegd ‘moeilijk te bereiken’.
Ja, Van den Berg vergast ons weer op een blik sociale ellende, met als basis Amsterdam Nieuw-West. Dus welkom in de wereld van de halveliterblikken Euroshopper-bier met zes Polen op twee driezitsbanken in een woonkamer. Van kroegen met dik tapijt op een tafeltje en daarbovenop een bloemstuk. Van de zware shag. Van voetbal. Van elke dag een uitsmijter met ketchup erop (‘voor de groente’). Van een pitbull met de onvermijdelijke naam Rocky. Van ‘scooterjongens’ met gestolen iPhones. Van innig verklote, maar onontwarbare kluwengelijkende relaties. Mensen moeten wat van elkaar, ze blijven maar om elkaar heen cirkelen, maar zoiets als ‘geluk’ lijkt het niet te brengen. Tegelijkertijd maant Van den Bergs proza onnadrukkelijk maar consequent dat de lezer niet moet oordelen, niet met termen en stempels moet aankomen bij deze antropologische excursie in een wereld die ze niet kennen.
Vwo-diploma op zak
Vanzelf komt de vaste Van den Berg-lezer daarin toch op vertrouwd terrein: Ron en Cor zijn oude bekenden. Het duurde precies een (debuut)roman voor de schrijver zijn onderwerp te pakken had – en toen liet hij niet meer los. Na zijn debuut, de morose, eigentijdse kantoorroman De hondenkoning (2004) publiceerde hij drie jaar later de jarentachtigroman West, over de broers Ron en Cor, opgegroeid in Osdorp met een hun moeder meppende stiefvader. Dat gegeven hernam hij huiveringwekkend, vanuit een ander perspectief, in zijn derde roman Van dode mannen win je niet (2013). Daarin wordt het verhaal vanuit de foute stiefvader verteld. En nu, in Schuld, benadert hij dit oergegeven in zijn oeuvre weer anders, breder, ambitieuzer: hij toont de impact van dat gezinstrauma door te laten zien hoe Cor, Ron en Kevin in hun biotoop leven, hoe ze met elkaar en anderen omgaan.
Cor, met z’n vwo-diploma op zak, is schrijver geworden, al kan hij daar niet van rondkomen. Kevin studeert econometrie. Ron doet af en toe een zwart bouwvakklusje, wat dat betreft is hij van dit drietal het minst aan zijn milieu ontstegen. Maar ook Cor en Kevin komen niet los van ‘dat moeras’ – zoals Cor zijn ‘kutfamilie’ noemt: Kevin met zijn schemerige werkzaamheden voor Witte Mo; hij ‘leegt’ de gestolen laptops, zodat ze verhandeld kunnen worden. En Cor komt wanneer zijn broer en Kevin hem nodig hebben.
Die noodlottige zuigkracht toont Van den Berg subtiel wanneer hij Cor tegen Kevin laat zeggen: ‘Ik zei: ik mag vinden wat ik wilt, toch?’ Wilt. De onbecommentarieerde correctie op deze fout zit in Kevins antwoord: ‘Ja hoor, zei hij, je mag vinden wat je wil.’ Kort daarna verbetert Cor hém, openlijk; het is niet ‘dan hem’ maar ‘dan hij’ houdt hij zijn neefje voor. Almaar pogingen, levenslang, om uit het moeras te komen en niet terug te glijden. Een moeras dat Cor tegelijkertijd ook als schrijver onontkoombaar aantrekt, want daar schuilt dat wat verwerkt moet worden, zoals hij therapeutisch aangeeft: ‘Door je te uiten in iets wat je zelf maakt kunt je bepaalde problemen overwinnen.’ Kunt, jawel.
Bij-de-dag-leven
Dat moeras in Schuld is, naast Cor, Ron en Kevin, ook bevolkt met anderen: met de militair Marco, met zijn vrouw Sandra, met Mo (die eigenlijk Edwin heet). Aan hen is, in wisselende frequentie, per hoofdstuk alternerend, het vertelperspectief toebedeeld. Eén hoofdstukje, getiteld ‘Iedereen’, vormt daar een uitzondering op; daarin komen verscheidene personages aan bod, van bovenaf bezien. Van den Berg heeft dat meervoudige vertelprocédé nodig om de biotoop gestalte te geven. Dat was afdoende geweest. Maar hij liet het daar niet bij: elk hoofdstukje is toegerust met een datum, die data zijn niet chronologisch, zodat de lezer steeds moet terugbladeren om de eindjes aangereikte informatie aan elkaar te kunnen verbinden. Tamelijk irritant, want het vertelde verhaal stáát, ook zonder die onnodige kunstgreep. Ik vermoed dat Van den Berg toch hiervoor koos om te benadrukken hoezeer zijn personages een fragmentarisch, structuurloos bij-de-dag-leven leiden én hoezeer ze desondanks gekluisterd blijven aan elkaar. En dat heeft weer met het thema ‘schuld’ te maken, tot uitdrukking gebracht in de titel.
Schuld. Het is zo’n term die eigenlijk te groot is voor de biologerende, broeierige microwereld die Walter van den Berg uitlicht. Schuld die almaar groter, onbevattelijker en wurgender wordt, zeker als die via ondoorgrondelijke berekeningen in een schriftje bijgehouden wordt door de louche heler Witte Mo. Maar ‘schuld’ staat hier ook voor schuldgevoel, al zal niemand zo’n vervalsende, want te geruststellende psychologische term in de mond nemen in de wijken van Amsterdam waar geen toerist wat te zoeken heeft. En daar hangt natuurlijk ook weer ‘de kunst om mensen schuld aan te praten’ mee samen. Schuld is de antipode van de op zijn minst zo prozaïsche term ‘handel’. Handel geeft hoop. Maar het blijft gemier in de grijze marge, daar waar de wet niet kijkt. En handel genereert weer schuld, zoals bij de ‘keuken’ die de beunhazen Cor en Ron wel even bij Sandra zouden plaatsen. Dat wordt een ramp.
Van den Berg schetst een autochtone onderklasse, van binnenuit. Hij laat in een subtiel dialoogje zien hoe gemakkelijk er in krantentaal óver hen gesproken wordt, en hoe weinig die etikettering – Fortuyn! PVV! – de lading dekt. Sandra vertelt haar zus hoezeer het applaus bij de begrafenis van haar man Marco, de militair, haar raakte. Ze zegt: ‘Alsof hij Pim was.’ Haar zus reageert met: ‘Welke Pim?’ Sandra: ‘Pim. Nou ja, maakt ook niet uit.’
Het gaat de harde kijker Van den Berg om iets weerloos daaronder: om de emoties van zulke, op dat moment schrikbarend hulpeloze mensen– emoties die te onbevattelijk en te groot zijn voor hen, maar waar ze nu eenmaal door bezocht worden.
Bron https://www.vn.nl/walter-van-den-berg-schuld/
Recensie 2
Walter van den Berg : Schuld (door Arjen Fortuin)
3 apr. 2017
De eerste zin van Schuld, de vierde roman van Walter van den Berg (1970) kan klassiek worden: ‘Mijn broer had nog gezongen op de avond dat hij iemand doodsloeg.’ Het maakt nieuwsgierig, gebruikt de contrastwerking tussen de softe zang en de harde doodslag en onder het gras zit een addertje, dat hier maar beter niet onthuld kan worden. De doodslag vormt de spil van Schuld: Van den Berg laat in korte hoofdstukken zien wat er gebeurde in het leven van de hoofdpersonen vóór en na die bewuste avond.
De meeste personages kwamen al voor in West (2007) de tweede roman van Van den Berg (1970). De broers Cor en Ron, opgegroeid in Amsterdam Nieuw-West bij hun moeder en een slaande stiefvader. Uiteindelijk zou Ron de man met geweld uit het huis verjagen. Die twee mannen, veertigers, en hun sluimerende conflict vormen ook de harde kern van Schuld dat zich net als het grootste deel van Van den Bergs werk afspeelt in de minder prettige kringen van Slotervaart: garages vol gestolen waar, huiselijke en openbare geweldpleging, frustraties en bedreigingen. Ron worstelt er zich als half getalenteerde klusjesman en nog minder getalenteerd zanger door het leven, Cor is ‘meneertje vwo’ – inmiddels schrijver. Ten opzichte van West is er een grote rol voor Rons zoon Kevin, een razend slimme econometriestudent, die zijn vaardigheden met elektronica voor verschillende verkeerde doelen inzet. Het is de wereld waarin je bij je tante in de aanleunflat logeert omdat je je huis via een onbetrouwbare tussenpersoon aan een groep Polen hebt verhuurd. Van Den Berg leidt ons erdoorheen in hoog tempo en in een even kale als onberispelijke stijl, waarbij de puzzelstukjes perfect in elkaar passen. Zoals de titel al suggereert draait alles in de roman om schuld en schuldgevoel – zowel in materiële als in morele zin, waarbij elke mogelijke vereffening of aflossing een nieuwe schuld oplevert. Geen van de personages is daarbij in staat om het geheel te overzien.
Zo is Schuld een voorbeeldige roman, waarin met grote stilistische beheersing een wereld wordt opgeroepen waarin zelfbeheersing altijd een probleem is. Nu is dat iets wat de lezers van Walter van den Berg al tien jaar weten. Het enige wat je dan ook op deze roman aan kunt merken is dat Van den Berg geografisch en thematisch wel heel erg op vertrouwd terrein blijft. Dat levert het gevaar op dat dit schrijverschap uiteindelijk in zichzelf opgesloten raakt. En dat zou zonde zijn: Van den Berg is veel te goed om alleen maar de chroniqueur van de kansarmen in Amsterdam-West te zijn.
Bron : https://nrcwebwinkel.nl/author-review/review/view/id/1415/ Be
Reacties
Een reactie posten